|
|
 |
VERWIJDER DE STEEN!
10-03-2008 VERWIJDER DE STEEN!
Laat datgene eruit wat aan het verrotten is en begint te stinken |
Omgaan met teleurstelling
Op dit moment in mijn leven, lijk ik heel wat mensen te kennen die te maken hebben met grote teleurstellingen en hun deel van lijden daarmee hebben gehad. Velen hebben met zaken te maken waarvan ze voelen dat God ze die heeft aangedaan of niet voor hen heeft gedaan of worstelen met situaties die Hij heeft toegelaten dat ze plaatsvonden. Ze voelen zich door Hem in de steek gelaten.
Een tijdje geleden, kwam er een dame naar me toe die overduidelijk heel wat problemen had en vroeg om gebed. Deze dame was de eerste van veel mensen die ik ontmoet heb met soortgelijke pijn en teleurstellingen. Ik ging op mijn knieën en wachtte een paar minuten in stilte terwijl ik in stilte naar de Heer uitriep, “Help!” Ze had voor iets specifieks gebed gevraagd, maar ik ervaarde dat dat niet het daadwerkelijke probleem was. Plotseling sprak de Heer tot me en zei, “Ze kan de antwoorden van je gebeden niet ontvangen omdat ze te verwond is door iets wat een tijd geleden gebeurd is.” Toen ik de dame vertelde wat de Heer had gezegd, opende het de watersluizen en huilde en huilde ze. Vele jaren geleden, gebeurde er iets met een van haar kinderen en ze had God niet vergeven dat Hij toestond dat het gebeurde. Hoewel ze had geprobeerd Hem te vergeven, bleef de teleurstelling, wat betekende dat ze haar Schepper niet kon vertrouwen in heel veel andere dingen.
Ik begon te zoeken naar wat de Bijbel over teleurstelling zegt, en eerlijk gezegd, vond ik het niet erg bevredigend. Romeinen 5: 3-5, “En niet alleen hierin, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt….. beproefdheid…….hoop; en de hoop maakt niet beschaamd…..” Ik riep het uit naar God en zei, “Dit is niet waar omdat ik aan veel zaken kan denken waar hoop heeft teleurgesteld.” Toch weet ik dat het waar is omdat het Gods Woord is en God niet kan liegen en Ik het geloof. Ik bleef Hem vragen om me te laten zien hoe dit allemaal in elkaar stak.
Het Griekse woord wat hier gebruikt wordt is “kataischuno” en het betekent beschaamd worden of vernederd worden. Jesaja 49: 23 zegt, “dat zij die de Heer verwachten, niet beschaamd zullen worden.” Ik was nog niet tevreden, dus bracht ik tijd door om de Heer te vragen het te verduidelijken. We moeten er altijd voor kiezen om Hem te vertrouwen en ik weet dat er veel tijden in mijn leven zijn geweest dat ik teleurgesteld werd, maar ik heb gekozen om te zeggen, “Zijn wegen zijn niet mijn wegen,” en ga ik door met Hem.
Onlangs drong de Heer er bij me op aan om Jesaja 55: 6-9 in zijn context te lezen:“Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord de Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.”
Ik las dit schriftgedeelte en zei, “O.k. Heer,” en Hij zei, “Lees het opnieuw en dan opnieuw en opnieuw.” Opeens begreep ik dat de ongerechtige man waarover dit vers spreekt, ikzelf was. Begrijp me niet verkeerd, ik weet dat ik vergeven en gezegend ben, maar de Heer onderwijst me over het wandelen in de WAARHEID en hoe waar Zijn gedachten zijn en die van mij niet, omdat ze gebaseerd zijn op mijn ervaring en mijn emoties en op de situatie zoals ik die zie, niet op wat de Bijbel zegt. 3 Johannes 1: 4, “Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.” Dit heeft alles van doen met de “vernieuwing van denken” en “worden veranderd” van heerlijkheid tot heerlijkheid (zie Rom. 12: 2 en 2Cor. 3: 18). Ik begon hierover te mediteren en vroeg de Heer om de teleurstellingen van mijn leven weg te nemen en om mij te helpen om mijn gedachten in lijn te brengen met Zijn gedachten. Dan kan ik diegenen bijstaan die hulp nodig hebben in dit gebied.
Stenen en graven
Ik herinner me Maria en Martha die hadden gezegd, “Here, indien gij hier geweest waart……” Zij waren ook teleurgesteld door het late arriveren van de Heer. Terwijl ik deze dingen aan het doorbidden was, gaf de Heer mij een beeld van een hart. Op de bodem van het hart lag een “steen” en ik hoorde Jezus roepen net als in het verhaal van Lazarus, “Haal de steen weg.” Johannes 11: 39 zegt, “Jezus zeide: Neemt de steen weg!” Marta, de zuster van de gestorvene, zeide tot Hem: “Here, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag.” Er is een terughoudendheid bij Martha om toestemming te geven om de steen te verwijderen omdat er achter de steen een stank was en dingen aan het ontbinden, aan het verrotten en aan het vergaan waren.
Wat is er aan het verrotten achter de steen in jouw hart en moet uit het graf worden verwijderd? Sommige van de dingen die we in ons hart laten zijn niet bedoeld om daar te blijven. Ze zijn dingen die in het natuurlijke begraven zijn. Het zijn dingen waarvan anderen denken dat ze voorbij zijn. Het zijn gebeurtenissen in onze levens die pijnlijk waren. Ze kunnen groot of klein zijn. Misschien was er een tijd dat we tot God baden en deed God niet wat we van Hem hadden gevraagd – misschien het verlies van een kind; misschien de dood van een persoon die heel nabij was; misschien een verbroken relatie; misschien een blijvende ziekte of handicap; of misschien iets wat we fout hebben gedaan en diep hebben begraven.
Mensen zien nu andere relaties in onze levens, andere kinderen, een andere baan en ze denken dat we zijn doorgegaan……..dat we er “overheen” zijn. Maar we weten in het diepste van ons hart, dat die herinneringen er nog steeds zijn. Misschien brengen we die dingen in herinnering en bezoeken we het graf vaak. Wanneer we er werkelijk over nadenken, weten we dat er niets is wat we kunnen gebruiken, niets wat van waarde is in het graf. Maar we laten de teleurstellingen daar. We weten wat er zich in het graf bevindt – aan het verrotten is, maar we willen niet dat het graf wordt geopend (er kan een stank zijn); we willen het slot en de sleutel stevig vasthouden om de herinnering in ons hart te houden. Het symboliseert voor ons (zoals ook bij Maria en Martha) onze teleurstelling dat de Heer niet deed wat we wilden dat Hij zou doen en dat Hij niet op tijd arriveerde. In dit deel van ons hart bewaren we verdriet, pijn en onvergevingsgezindheid die we tegen de Heer koesteren. We gaan door met onze levens, vertellen onszelf dat we er overheen zullen komen en andere kinderen zullen hebben, nieuwe vrienden, een nieuw huwelijk, een nieuwe baan, maar we laten iets opgesloten, wat verrot en stinkt.
Zoals de mot en roest in de fysieke wereld aantast, zo ook eindigen zaken die verborgen zijn in onze zielen met verrotting. Onvergevingsgezindheid maakt onze harten zuur. Boosheid verandert in bitterheid. Teleurstelling veroorzaakt een gebrek aan geloof. We zeggen, “God heeft het toen niet gedaan, dus kan ik Hem niet vertrouwen het nu te doen.” Het maakt niet uit hoeveel beantwoorde gebeden we hebben gehad sinds die gebeurtenis die in het graf is gestopt, er is altijd de “twijfel” die ons terughoudt en het gewicht in onze zielen van die steen. Vandaag zegt Jezus, “Haal de steen weg. Laat dat ding eruit en laat het nu bij Mij.”
Vandaag huilt Jezus net zoals Hij dat deed bij het graf van Lazarus. Waarom huilde Hij? Sommigen dachten uit liefde voor Lazarus; maar Hij wist dat Hij hem terug tot leven zou brengen, dus dat kan het niet zijn. Misschien was het uit Zijn liefde voor Maria en Martha; misschien Zijn frustratie door hun gebrek aan geloof; of misschien was Hij verdrietig omdat het Hem werd verweten dat Hij te laat was. Ik weet het niet, maar ik weet dat Hij vandaag voor diegenen van ons huilt die nog steeds een steen voor een graf in onze harten hebben. Ik weet dat Hij vandaag zegt, “Verwijder de steen. Laat het ding eruit dat aan het verrotten is en begint te stinken.” Vandaag zegt Hij zoals Hij dat deed bij het graf van Lazarus, “Haal de grafdoeken eraf en laat het gaan” (Joh. 11: 44). Vandaag zegt Hij, “Mijn wegen zijn niet jouw wegen en Mijn geachten zijn niet jouw gedachten.”
Ik begon het te begrijpen, maar toch voelde ik dat de reactie van Maria en Martha o.k. was omdat ze hun broer niet terugkregen. Toen ik deze studie begon, hadden de meeste mensen waaraan ik dacht niet een opstanding van die verloren hoop. Dus bleef ik doorvragen en natuurlijk liet de Heer het antwoord zien.
Neem geen aanstoot aan God
Lukas 7: 20-23, “Toen de mannen bij Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U gezonden, om te zeggen: Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten? Op dat ogenblik genas Hij velen van ziekten en plagen en boze geesten en aan vele blinden schonk Hij het gezicht. En Hij antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: Blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het evangelie; en zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.”
Jezus kwam om de gevangenen te bevrijden en Johannes de Doper wist dat, maar waar was Johannes? In de gevangenis; en we zullen wellicht veronderstellen dat hij op Jezus aan het wachten was om hem te bevrijden. Jezus antwoord aan de discipelen van Johannes was om te kijken naar datgene God aan het doen was en niet te kijken naar wat Hij niet deed. Wij hebben de keuze. Johannes had dezelfde keuze. We kunnen kiezen om te kijken naar wat God niet doet en teleurgesteld worden en aanstoot nemen. Of we kunnen kiezen om God te prijzen voor wat Hij doet en niet te lang blijven stilstaan bij wat Hij niet doet. Zoals we weten, kwam Johannes niet uit de gevangenis. Waarom? We weten het niet. Jezus had het kunnen doen, of niet soms? Hij was God. Maar Jezus deed alleen wat Hij de Vader zag doen. Toen Jezus hoorde wat er was gebeurd met Johannes, ging Hij alleen weg om met Zijn Vader te praten.
Mattheüs 14: 12-13, “En zijn discipelen kwamen en namen zijn lijk weg en begroeven hem; en zij gingen heen en berichtten het aan Jezus. Toen Jezus dit hoorde, trok Hij Zich vandaar in een schip terug naar een eenzame plaats, alleen.”
We horen niet dat Hij vraagt “WAAROM?” Waarom is nooit een goede vraag, omdat Zijn wegen niet onze wegen zijn en Zijn gedachten zijn niet onze gedachten. We moeten Hem vertrouwen en Hem laten afrekenen met onze teleurstellingen. We moeten ervoor kiezen om geen aanstoot te nemen. We moeten ons realiseren dat wanneer we het God kwalijk nemen wanneer Hij niet doet wat wij wilden, dit staat gelijk aan zonde. En Jezus stierf om voor onze zonden te betalen. Zijn dood stelt ons er toe in staat om vrij te worden van alles wat ons bindt. Wanneer we deze gedachten koesteren in onze harten, verrotten ze en zorgen ze ervoor dat we problemen in de toekomst krijgen.
Het is nu alweer voor een lange tijd dat de Kerk gezongen heeft, “Heer, ik geef U mijn hart, ik geef U mijn leven, Ik leef alleen voor U…” en “Reinig mijn hart….dwars door het vuur.” Maar tegelijkertijd hebben we gezegd, “Maar niet dit deel van mijn hart, Heer; deze steen is er al zo lang en is te comfortabel. Wanneer U hem verwijdert, zal er een stank zijn.” Ik dacht na over het vers in Mattheüs waar Jezus spreekt over “witgepleisterde graven”, en ik zag voor velen van ons dat onze harten zuiver waren – tenminste de delen waar we Hem toegestaan hebben ze te hebben. Vele harten zijn gewassen in Zijn Bloed, maar er is nog steeds die steen. Het eerste gebod waar Jezus over spreekt is “Heb de Heer lief met je GEHELE HART.”
Het is tijd om te steen te verwijderen.
Anne Elmer
Auteur van “Transported by the Lion of Judah”
vertaald door Jefferie Lammers
bron: www. davidstabernakel.nl © Het overnemen van artikelen en woorden voor publicatie en/of distributie is toegestaan, mits deze in het geheel worden overgenomen en de juiste bronvermelding wordt vernoemd.
|
|
|
|