De IDENTITEIT van EFRAÏM – wie/waar is hij?

De IDENTITEIT van EFRAÏM – wie/waar is hij?
Wie zijn wij werkelijk in Jezus Christus en waarom herkennen Joden hun Messias niet?
Als in de Bijbel de naam Israël wordt genoemd, dienen we goed te onderzoeken wie/wat er bedoeld wordt. Is het Jacob, die de naam Israël kreeg bij de Jabbok, na zijn worsteling met de Engel? Of is het het land Israël? Het kunnen de 12 stammen zijn (het hele huis Israël). Maar het kan ook het Noordelijke Koninkrijk zijn, bekend onder de namen Efraïm (de leidinggevende stam) of het huis Israëls oftewel het 10-stammenrijk. Uit de context moet blijken wie/wat er bedoeld wordt.
Hier volgen enkele gedachten over wie Efraïm/ het huis Israëls is:
De discipelen vragen aan Yeshua of Hij nu het Koninkrijk gaat herstellen. (Hand.1:6-8) Het antwoord van Yeshua is duidelijk. Het gaat ze op dit moment niets aan, het ligt allemaal in Vaders hand. Op dat moment kon het Koninkrijk trouwens nog niet hersteld worden, vanwege het simpele feit dat Israël nog niet compleet was en ook nu nog niet is. God had het Koninkrijk namelijk aan 12 stammen beloofd (Ex.19:6).
In het vervolg van Zijn antwoord, belooft Yeshua de Heilige Geest, om hen te helpen de wereld in te gaan om te getuigen van Hem. De 10 stammen van het koninkrijk Israël waren verdreven naar de vier hoeken der aarde, vanwege hun ongehoorzaamheid. Zou dit feit iets met de opdracht te maken kunnen hebben? Yeshua had immers nog meer schapen van een andere schaapskooi (Joh.10:16).
Het lied van de wijngaard (Jesaja 5:1-7)
1 Ik wil van mijn geliefde zingen, het lied van mijn beminde over zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel; 2 hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met edele wijnstokken, bouwde daarin een (wacht)toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.
3 Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht tussen Mij en mijn wijngaard. 4 Wat was er nog aan mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat hij goede druiven zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort? 5 Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest worde; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt worde; 6 Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen vallen. 7 Welnu, de wijngaard van de HERE der heerscharen is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting.

 

Vs.1) Het is een veel gehoorde uitdrukking onder Christenen: “werken in de wijngaard van de Heer.”
Vs.2) De grond in Israël ligt vol met rotsblokken en stenen. Om de wijngaard aan te leggen moesten deze stenen verwijderd worden. Echter met diezelfde stenen werden terrassen (om instorting van de wijngaard op de heuvels te voorkomen), perskuip en wachttoren gebouwd. Petrus noemt de gelovigen in zijn eerste brief, gericht aan de vreemdelingen in de verstrooiing (Israëlieten) levende stenen (1Petr.2:5). God wil ons gebruiken voor specifieke doeleinden.
Vs.3) Inwoners van Jeruzalem, mannen van Juda (het Joodse volk) Yeshua vraagt hen hier te oordelen tussen Hem, en hen die zeggen Hem te volgen. (Christenen)
Vs.4) Hij had alles opgegeven; Zijn Heerlijkheid, Zijn Leven en aan ons gaf Hij Zijn Heilige Geest. Met de inwoning van de Heilige Geest verwachtte Hij van ons een goede opbrengst. Desondanks waren dit wilde druiven. (S.V. stinkende druiven) Heeft de kerk werkelijk datgene gebracht wat Yeshua van ons vroeg? Check de kerkgeschiedenis.
Vs.5-6) Hier zien we een krachteloze kerk, die doordat zij is gaan roemen tegen de takken (Rom. 11), wordt overwoekerd door doorns en distels en een land dat wordt overgegeven aan Islam, occultisme, immoraliteit, enz. En omdat ze haar God (en zijn volk/groeiend antisemitisme) de rug heeft toegekeerd, waardoor God Zijn zegen aan het wegnemen is.
Vs.7) Hier zegt God wie de wijngaard is, nl. het huis Israëls of te wel het Noordelijk 10-stammenrijk (ook soms aangeduid als Efraïm), En Juda is ondanks haar verblinding een plant waar Hij lust aan heeft. Zij hebben namelijk wel ijver voor God, echter zonder het juiste inzicht.(Rom 10:2)
Van het huis Israël verwachtte Hij dat zij zich over Juda zouden ontfermen (Rom.11:31) en dat ze door de inwoning van Zijn Geest de Torah zouden houden (Jer.31-33). Helaas leert de geschiedenis ons dat het tegenovergestelde is gebeurd en hebben we Yeshua van Zijn Joodse identiteit beroofd, waardoor mede het Joodse volk haar Messias niet kon herkennen.

 

Enkele profetieën en Bijbelteksten ter overdenking
Paulus en ook Petrus bevestigen in hun brieven de gedachte dat Efraïm zich onder de Christenen bevindt. Beiden halen de profeet Hosea aan. Hos.1:6-12 -> Rom.9:24-26 / 1Petr.2:10 Lo-Ruchama (geen ontferming) en Lo-Ammi (niet Mijn volk) en kinderen van de levende God.
De profeet Hosea was de profeet die zich moest richten op het 10-stammenrijk.
Hos.1:11 Dan zullen de Judeeërs bijeengebracht worden samen met de Israëlieten -> Micha 5:2 de broeders v/d Messias (= joodse volk) zullen samen met de andere Israëlieten zich bekeren. Wie zijn die andere Israëlieten?

 

Watchtower, Biblical Garden, Yad HashmonaHos. 14:6 Israël zal in bloei staan als een lelie -> in Hooglied 6:2 is de bruidegom lelies aan het verzamelen, nadat de bruid te laat is met het open doen van haar deur, om Hem te ontvangen. Tijdens haar zoektocht wordt ze door wachters in elkaar geslagen (Hoogl.5:7 -> vgl. Jes.5:7 en de (wacht)toren uit Jes.5:1)
Jer. 31:6 “Want er zal een dag zijn dat de wachters zullen roepen op het bergland van Efraïm: Sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar de HEERE, onze God!”
Jeremia gebruikt hier het woord Notzrim, wat vandaag de dag gebruikt wordt voor Christenen.
Vervolgens wordt in vers 31 van hetzelfde (overbekende) hoofdstuk eerst het huis van Israël genoemd, voor het huis van Juda. Ook in deze volgorde is het nieuwe verbond gesloten. Toeval?
Paulus krijgt (wellicht omdat het huis van Israël eerst genoemd is in Jer.31) in een visioen de opdracht om in westelijke richting (Hand.16) het evangelie te gaan brengen, nadat hij door de Heilige Geest werd tegen gehouden om oost – en noordwaarts te gaan. Yeshua had gezegd : Niet naar de heidenen te gaan, maar naar de verloren schapen van het huis van Israël.” (Mat.10:5-6).
Sterker nog: In Mat. 15:24 zegt Hij alleen gekomen te zijn voor de verloren schapen van het huis van Israël. -> echter, door geloof en bekering is iedereen welkom en wordt hij deel van Gods huisgezin (Ef. 2:11-19 en 3:1-9)
Opvallend ook in dit licht is Jes.49:6, waarin de profeet het bijeen brengen van de stammen Israëls in verband brengt met het tot een Licht zijn voor de heidenvolken (gojiem).
Bij Ef.3:9 krijg ik ook in gedachte, de vraag van de discipelen en Yeshua’s antwoord uit Mat.13:10-11 “En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde en zei tegen hen: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven.”
Wie is Efraïm? Nog een gedachte
Jer.31:18-22. In vs. 18 beklaagd Efraïm zichzelf en erkend hij dat God hem heeft getuchtigd (vgl. Hebr.12:5-8) en roept hij het uit tot God (zondaarsgebed?). vs.19. Dan keert hij terug tot God, krijgt berouw en herkent hij zijn nieuwe/hernieuwde identiteit (in Yeshua). Hij schaamt zich voor zijn vroegere zonden. We lezen in vs.20 dat God nog steeds van hem houdt, en Efraïm Zijn dierbare zoon is en Zich over hem ontfermen zal (ruchama. Vgl. Hos. 1:12 en Rom. 9:25). Vervolgens in vs. 21 een oproep om zich op de merktekens te richten. (o.a. shabat, Ex. 31:16-17), de gebaande weg te gaan en terug te keren. (vgl. ook Jer.6:16.)
Vs.22. Efraïm (de kerk?) blijft echter draaien. Het heeft het offer (Yeshua) aangenomen, maar staat nog steeds heidense invloeden toe in haar rituelen en/of leefwijze. Ondanks dat gaat God door. Hij heeft iets nieuws geschapen op aarde: een vrouw (12 stammen van Israël) zal haar man (Yeshua) omvatten.

 

Efraïm (leidinggevende stam binnen het Noordelijke rijk) en Manasse waren halfbloed. (Egyptische moeder en Israëlitische vader/Jozef) Jacob zegent Efraïm met de woorden dat hij een menigte/volheid van volken/heidenen (gojiem) zal worden in het laatste der dagen. Deze laatste dagen zijn begonnen met de komst van Yeshua. (Hebr, 1:1). En Efraïm (tien stammen) werd verstrooid onder de heidenen. (vgl. Rom. 11:25)
Hierin zien we al dat God ieder mens wil redden, ongeacht zijn etnische achtergrond.
Dat iedereen welkom is, zien we in ook bij de uittocht uit Egypte. Alle mannen die uitgingen uit Egypte, ook de slaven uit andere volken/heidenen, moesten besneden worden; alvorens ze mochten deelnemen aan het Pesachmaal en moesten amen zeggen op de woorden van God bij de Horeb. Zij werden gezien als volwaardige Israëlieten. Zo is ook iedereen, die het offer van Yeshua aanvaardt en zich bekeert welkom in de huisgemeente van God.
Maar na aanvaarding van het offer: wel gehoorzaamheid. (Rom.6:1-3)
Gods kinderen
Joh.1:12 zegt: “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.” (vgl. opnieuw Hos.1:10). Er moet dus blijkbaar toch nog iets gebeuren. Paulus schrijft dan ook aan de Filipenzen om je zaligheid met vrees en beven uit te werken. (Fil.2:12) Een zoon, doet wat de Vader zegt. Het gaat dus om volledige gehoorzaamheid aan het Woord van God en geen kerkelijke en/of wereldse tradities.
Niet voor niets schrijft Paulus “dat de schepping met hals reikend verlangen het openbaar worden van de kinderen Gods verwacht.” (Rom.8:19). Zij zullen met de Messias regeren in Gods Koninkrijk. (Op.2:26,Op.20:6)
Oproep tot gehoorzaamheid
In Jeremia 6:16 roept God het overblijfsel van Israël op om de aloude paden te bewandelen, om rust te vinden voor hun ziel. In de daaropvolgende verzen lezen we de reactie. Ook weer zichtbaar in het Christendom, waar de eigen (Roomse en wereldse) tradities belangrijker zijn. (wat zegt Paulus hiervan in Kol.2:20-22).

 

In ditzelfde licht lezen we in Zach .9:11-13 de oproep om terug te keren naar de burcht (= Sion). Dan zullen Juda en Efraïm samen strijden tegen de zonen van Griekenland. (het Griekse denken, waarin er geen plaats is voor genade en Torah)

 

House of Israel

 

Dit gebeurt pas nadat God zelf de 2 stokken van Juda en Efraïm één maakt in Zijn hand. (Ez.37:15-28) Ezechiël moet 2 stukken hout nemen. Resp. dat van Juda en dat van Efraïm. Dit opnemen is een actieve handeling. Beiden moeten iets doen. Juda moet Zijn Messias herkennen en erkennen. Efraïm moet terugkeren naar Zijn Bijbels/Hebreeuwse wortels. De zonde van de kerk is dezelfde zonde als die van Jerobeam.(1Kon.12:25-33) Door Gods feesten, los te laten (deze zijn overigens een prachtige display van Zijn heilsplan) is Efraïm haar identiteit verloren en de kerk haar Koninkrijk verwachting. Juda heeft haar identiteit behouden, doordat zij altijd heeft vastgehouden aan de shabbat. (Ex.31:16-17)

 

Als dit gebeurt en God een banier omhoog heft voor de heidenvolken, de verdrevenen van Israël verzamelt en zij die vanuit Juda overal verspreid zijn bijeenbrengt van de vier hoeken der aarde; dan zal de afgunst van Efraïm verdwijnen en zal Juda Efraïm niet meer in het nauw drijven.(ergeren. KJV) (Jes.11:12-13).
Jood en gelovige uit de heidenen zullen samen Yeshua dienen.
Jesaja 56:3-7
“3 Laat de vreemdeling die zich bij de HEERE gevoegd heeft, niet zeggen: De HEERE heeft mij geheel en al van Zijn volk gescheiden; laat de ontmande niet zeggen: Zie, ik ben maar een dorre boom. 4 Want zo zegt de HEERE over de ontmanden die Mijn sabbatten in acht nemen, verkiezen wat Mij behaagt, en vasthouden aan Mijn verbond: 5 Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan die van zonen en dan die van dochters; een eeuwige naam zal Ik ieder van hen geven, een naam die niet uitgewist zal worden. 6 En de vreemdelingen die zich bij de HEERE voegen om Hem te dienen en om de Naam van de HEERE lief te hebben, om Hem tot dienaren te zijn; allen die de sabbat in acht nemen, zodat zij hem niet ontheiligen, en die aan Mijn verbond vasthouden: 7 hen zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg, en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed. Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar. Want Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken. 8 De Heere HEERE, Die de verdrevenen uit Israël bijeenbrengt, spreekt: Ik zal er tot Hem nog meer bijeenbrengen, naast hen die al tot Hem bijeengebracht zijn.” Dit is een profetie, die nog niet helemaal vervuld is.
Nog 1 nadenkertje
Als Jozef zich bekend maakt, doet hij dat niet alleen aan Juda, maar ook aan zijn andere 10 broers. Geen van hen herkende hem, vanwege zijn Egyptische uiterlijk. (Gen.45)
Vaak wordt er gezegd, dat de Joden een bedekking hebben, en dat is waar.
Jes. 25:7 leert ons dat we allemaal een bedekking hebben. Dit geldt ook voor gelovigen. Paulus zegt dat we maar ten dele kennen/zien. (1Kor.13:9-12)
Zien wij Yeshua, zoals Hij werkelijk is, in Zijn juiste identiteit? Of zien ook wij net als de broers van Juda een Egyptische Jozef/Griekse Jezus?

 

joseph
Als we onze werkelijke identiteit door het geloof in Hem gaan ontdekken en van daaruit gerechtvaardigd leven, zullen we Joden werkelijk tot jaloersheid verwekken. Ook Abrahams geloof werd zichtbaar door wat hij deed. (Gen.26:5, Hebr.11:8-9,17-19, Jac.2:21) Als hij de vader is van ons als gelovigen, dienen we ook in zijn voetsporen te wandelen. (Rom. 4:11-12)
We hoeven echt niet onze identiteit na te trekken d.m.v. geslachtregisters of DNA-onderzoek. Onze Identiteit is in Yeshua gewaarborgd. We hebben niets te roemen dan in Hem alleen. Wel mogen we Zijn grote trouw door de eeuwen heen zien, aan Zijn héle volk (12 stammen). Hij heeft zijn beloften gehouden door de eeuwen heen, ondanks onze ontrouw.
Hand. 28:23 “Hij legde het Koninkrijk van God aan hen uit en getuigde ervan, en hij probeerde hen, van ’s morgens vroeg tot de avond toe, zowel uit de Wet van Mozes als uit de Profeten, te bewegen tot het geloof in Jezus.”
2 Petr.1:19 “En wij hebben het profetisch woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.” Door de profeten te onderzoeken zullen we meer inzicht verkrijgen in Gods heilsplan met deze wereld in het algemeen en Zijn (totale) volk in het bijzonder.
Openb. 19:10 “het getuigenis van Yeshua is de geest van de profetie.”

 

Door Bert-Jan Schuurman

 

Dit artikel in PDF?! Klik op de link hieronder:

de identiteit van Efraïm

Davidstabernakel.nl © 2013 Frontier Theme